Hechting

 

De ouders van een ploegmaatje van mijn oudste zoon hebben zich onlangs aangemeld als pleegouders. Ondertussen vangen zij een jongetje van drie jaar op. Ze hebben zelf al twee zoontjes van de leeftijd van mijn jongens. Hun jongste is een jaartje jonger dan mijn jongste zoon. Drie jongens dus… leven in huis zoals hier.

Het pleegzoontje verbleef al, sinds hij drie maanden was, in een ander pleeggezin. Maar daar was het ‘op’. De dienst pleegzorg ging op zoek naar een ander gezin. Het jongetje verblijft nu enkele weken bij zijn nieuwe pleeggezin. Volgens de mama gaat het heel goed. Hij gaat ook naar een nieuwe school, de school van zijn pleegbroertjes. Volgens de juf van het eerste kleuterklasje gaat ook daar alles heel vlot. Het kind past zich heel gemakkelijk aan. Maar in zijn vorig klasje ging in het begin ook alles goed. De problemen begonnen pas na enkele weken. Hij gedroeg zich vanaf dan erg agressief naar de andere kindjes. Het lijkt voor het kind ook niet veel uit te maken bij wie hij is, zegt zijn pleegmama. Het afscheid van het vorige pleeggezin verliep zonder problemen voor het kind. De vorige pleegmoeder was er het hart van in dat ze het kind ‘lieten gaan’.

Volgens mij heeft dit alles te maken met hechting. Het kind was nog maar drie maanden toen hij al naar zijn eerste pleeggezin ging. Drie maanden… Die vroege hechtingsfase is zo belangrijk voor een kind en zijn verdere leven. Hechting is eigenlijk een proces waarbij de ouder verliefd wordt op zijn of haar kind. Tijdens het eerste uur na de geboorte zijn de meeste baby’s van moeders die geen medicatie hebben gehad, in een rustige, waakzame toestand met hun ogen wijd open. Dit beschreef ik al eerder in het geboorteverhaal van mijn oudste zoon. Ik vond dit moment zo frappant, zo speciaal, zo onwezenlijk. Er lag een piepklein wezentje op mijn borst met zijn ogen wijd open naar me te kijken. Ik werd toen inderdaad halsoverkop verliefd. Deze vroege hechtingsfase kan vergeleken worden met inprenting bij de dieren. Baby-aapjes bijvoorbeeld grijpen zich aan de vacht van hun moeder vast. Andere dieren, zoals eenden, raken gehecht aan hun moeder en volgen haar overal. Bij dieren is het minder belangrijk dat de moeder een sterk gevoel van liefde ten opzichte van haar kroost ontwikkelt om hun overleving te garanderen. Mensenkinderen daarentegen zijn compleet hulpeloos en kunnen zich niet aan hun moeder vastklampen of haar volgen. De natuur heeft daarom een ander mechanisme voorzien om te voorkomen dat de baby aan zijn lot wordt overgelaten. Dat is het gevoel van hechting en liefde bij de moeder. Het lijkt dus op inprenting, maar dan omgekeerd, want bij ons is het de moeder die gehecht geraakt en alles zou doen om haar kind te beschermen. Voor vaders zijn de eerste dagen na de geboorte ook belangrijk wat betreft de hechting. Door veel met hun kind bezig te zijn en het te verzorgen, worden ook zij verliefd op de baby.

Ik wens het gezin heel veel succes met de zorg voor hun pleegzoontje. Gelukkig zijn er nog mensen die zich belangeloos inzetten voor zo’n kind…

 

 

Anders… #2

“Mama, ik ben zo anders.”

“Ik weet het jongen, je bent inderdaad een beetje anders. Maar dat is goed, niet slecht. Hoe voel je dat, dat je anders bent?”

“Ik heb veel meer gevoelens dan de andere kinderen.”

“Dat klopt. En dat is soms moeilijk voor je.”

“Ja.”

“Het is een beetje zoeken hoe je daar mee moet omgaan, he schat.”

“Ja, want vorige week gingen we met papa naar de cinema. Ik wou een film zien, die ik al gezien had.”

“Omdat je die film al kent en dat je dan weet wat er gaat komen?”

“Ja. Maar papa begreep het niet waarom ik een film wou kijken, die ik al gezien had.”

Mijn oudste zoon… Hij is inderdaad ‘anders’. En deze keer heeft het niets te maken met uiterlijke rariteiten. Hij ziet het frêle meisje uit zijn klas, waar ik het in de vorige blogpost over had, niet als ‘anders’. Nee, hij VOELT dat hij zelf ‘anders’ is. Hij weet soms echt niet hoe hij met zijn eigen gevoelens overweg moet. Dit uit zich dan in ‘negatief’ gedrag. Het is steeds improviseren, voor ons, maar ook voor hem.

Mijn oudste zoon is een knappe, vrolijke en intelligente jongen. Hij is heel sportief en blinkt uit in alle sporten, die hij tot nu toe heeft uitgeoefend. Hij is heel populair op school en heeft veel vriendjes. En toch is hij zo onzeker over zichzelf. Hij zegt ook vaak dat hij niet goed genoeg is en dat het voor iedereen gemakkelijker zou zijn als hij er niet meer zou zijn. Mijn hart krimpt altijd ineen als hij dergelijke dingen zegt. Het kind is nog maar zes jaar! Hij heeft het nu al zo moeilijk met zichzelf, wat gaat dat zijn als hij opgroeit en een florerende puber zal zijn? Ik heb er wat schrik voor.

Ik probeer hem zo goed en zo kwaad als ik kan, te ondersteunen. Ik heb al veel gelezen om naar antwoorden en tips te zoeken. Dat ging dan van literatuur over hooggevoeligheid, nieuwetijdskinderen tot bewust opvoeden. Ik heb hierdoor veel geleerd over mijn zoon, maar ook over mezelf. Ik ben tot bepaalde inzichten gekomen. Ik ben er zeker van dat er hooggevoeligheid in het spel is en dat hij het van mij heeft. Ik herken gevoelens en gedragingen bij mezelf. Ik kan dus meestal begrijpen waarom hij op een bepaalde manier reageert, terwijl anderen dit helemaal niet begrijpen. Mensen halen ook al eens meer courante termen als autistisme en ADHD in de mond. Ik ben er als de dood voor om een label op mijn kind te plakken. En medicatie komt er al helemaal niet in huis. We hebben zelfs een tijdje een psychiater bezocht. Ik ben uit mezelf eerder geneigd om de meer alternatieve kant van de hulpverlening te raadplegen in zijn geval. Zo heb ik ‘m al eens meegenomen naar een craniosacraal therapeute. Maar de papa is helemaal geen ‘zweverig’ (zoals hij dat zelf noemt) type en staat erg rationeel in het leven. Alles moet wetenschappelijk bewezen zijn. Vandaar dat we dus ook een psychiater bezochten.

Momenteel gaat het goed met mijn jongen. Hij heeft nog vaak genoeg ‘moeilijke’ momenten. Maar hij heeft het een tijdje érg moeilijk gehad. Op dat moment zijn we op zoek gegaan naar hulp. Ik probeer zelf heel rustig en begripvol met mijn zoon om te gaan, veel met hem te praten en te zeggen dat we hem graag zien. Daarnaast is het ook belangrijk dat we hem grenzen aangeven.

“Je bent goed zoals je bent, lieve jongen.”

Anders…

1dc470fab1bd0d8c530e271faabb01b7

Iedereen is anders… Dat leerden we al jong op school. Het is een thema dat in alle klasjes behandeld wordt. Iedereen is anders en dat is ok… Dat leerden we althans.

In de klas van mijn oudste zoon zit een meisje dat ‘anders‘ is. Het meisje ziet er frêle en bleek uit. Ze is al vaak thuis gebleven omdat ze ziek was. Eigenlijk zijn vooral haar ouders ‘anders’ en dat maakt haar als dochter ook ‘anders’. Haar ouders zijn qua leeftijd ouder dan de meeste andere ouders. Misschien hebben deze mensen lang moeten wachten op de komst van hun kind… Misschien. Vooral de papa van het meisje ziet er op zijn minst anders uit dan de andere papa’s aan de schoolpoort. Hij heeft lang haar dat hij in een staartje draagt, heeft heel wat piercings en staat vol tatoeages, ook in zijn gezicht. Hij draagt altijd zwarte kleren. Een ruige rocker, zou je kunnen denken.

Aan de schoolpoort staan steeds groepjes ouders. Zij zijn vaak druk in gesprek. Het zijn altijd dezelfde ouders, veelal mama’s, die zowel ’s ochtends als ’s avonds aan de schoolpoort, ruim na het begin van de schooltijd en ruim voor het einde van de schooltijd, staan te praten. Dit zijn de huismoeders. Zij weten vaak ook alles over het reilen en zeilen op de school. Ik benijd deze mama’s meestal. Zij kunnen hun kinderen altijd brengen en altijd ophalen van school. Dit krijg ik niet voor elkaar. Gelukkig springt oma in. Zij brengt de kinderen een aantal dagen per week naar school en gaat hen ook een keer ophalen. Daarnaast blijven de kinderen soms in de naschoolse opvang. Ik probeer steeds op woensdag thuis te zijn, zodat ik hen kan brengen en halen. En op vrijdag breng in hen steeds naar school. Maar dan moet ik me haasten naar de trein om naar het werk te gaan. Ik zou ook graag altijd rustig blijven staan babbelen met de andere ouders. Gelukkig is er daarbuiten nog wel ruimte om het contact met andere ouders te onderhouden. We komen elkaar geregeld tegen in de winkel of op de buitenschoolse activiteiten van de kinderen. En als ik tijd heb, zal ik ook steeds tijd maken voor een praatje aan de schoolpoort.

De ouders van het frêle meisje staan steeds met z’n tweetjes aan de schoolpoort. Zij zijn niet in gesprek met andere ouders. De andere ouders zoeken geen contact met hen, maar zij zoeken ook geen contact met de andere ouders. Ik vrees dat er hier vooroordelen in het spel zijn. De ouders van het frêle zien er ten slotte ‘anders’ uit. Langs de andere kant voelen en weten de ouders van het frêle meisje dat ze ‘anders’ zijn en denken ze dat de andere ouders niet met hen willen praten. Vooroordelen… Ik moet zeggen dat er ook wel vooroordelen bestaan over de mama’s die altijd aan de schoolpoort staan. Moeten zij niet gaan werken? Ze staan zeker op de ziekenkas of hun mannen verdienen genoeg geld zodat zij kunnen thuisblijven… Afgunst? Jaloezie? Aan elke schoolpoort zijn het dergelijke vooroordelen die onze gedachten kruisen. Gelukkig zijn er hier ook leuke contacten!

Kortom: De ene denkt het zijne over de andere en de andere denkt het zijne over de ene. Is het wel waard om er onze energie aan te verspillen? Iedereen is anders en dat is ok… Laat iedereen in zijn waarde en vel niet te snel een oordeel. Je kan nooit helemaal weten waarom iemand bepaalde keuzes maakt. Ruige rocker of huismoeder op de ziekenkas… iedereen is anders en dat is ok.

Borstvoeding

03e9bf5007afb66a08d6d24f4cd59ac3

Het was dus vorige week ‘Wereld Borstvoedingsweek’… en we hebben het geweten. Overal verschenen er artikels over het onderwerp: op verschillende blogs en in ei zo na alle kranten en tijdschriften werd er duchtig over gediscussieerd. Bij deze waag ik me er ook aan. Het thema ligt mij namelijk ook nauw aan het hart.

Er zijn duidelijk twee kampen ontstaan. Er wordt niet nagelaten om het andere kamp te berispen of verwijten naar het hoofd te slingeren. Dat vind ik er nu toch wel over. Het is iedere moeder haar eigen keuze of ze haar kind al dan niet zoogt. Ik heb vaak gelezen dat moeders, die hun kind geen borstvoeding gaven, zich veroordeeld voelden door de borstvoedingsaanhangers. Er zullen inderdaad wel fanatiekelingen zijn die het niet schuwen om zich daarover uit te laten. Maar langs de andere kant las ik dan afgelopen weekend in een artikel: “Niet iedereen wil zich een wandelende melkfles voelen”. Dit voelde voor mij als lezer ook aan als een sneer naar het andere kamp. Dit hoeft toch niet?!

Als ik dan toch zou moeten pleiten, doe ik dat volmondig in het voordeel van de borstvoedingsaanhangers. Ik zal echter niet oordelen over moeders die geen borstvoeding willen of kunnen geven. Ik heb mijn kinderen allebei de eerste zes maanden enkel borstvoeding gegeven en daarna in combinatie met vaste voeding tot ze bijna een jaar oud waren. Het was voor mij een logische keuze. Eigenlijk was het zelfs geen keuze, voor mij was vanzelfsprekend. In het begin was het doorbijten. Ik had enkele dagen na mijn beide bevallingen heel veel last van stuwing in mijn borsten. Ook de pijnlijke tepels waren van de partij. Je hebt bovendien weinig rust. Een baby heeft ongeveer om de drie uur voeding nodig, ook ’s nachts. Als je borstvoeding geeft, kan je partner het niet een keertje van je overnemen. Dat is een feit. In mijn geval nam de papa het nachtelijk verschonen zo veel mogelijk voor zijn rekening. Dat kon hij wel overnemen. Mijn kinderen sliepen als baby naast me in bed. Tijdens een nachtelijke voeding legde ik hen aan en kon ik eigenlijk verder snoezelen, terwijl de baby gewoon naast me bleef liggen en we beiden weer rustig verder konden slapen. Zo ging het in ieder geval na een tijdje, als ik er wat handiger mee was en goed vertrouwd was met borstvoeding geven. In het begin ging ik ’s nachts in een stoel zitten om mijn zoon borstvoeding te geven, omdat ik het nog niet zo goed onder de knie had. Dat vroeg wat meer moeite. Maar na een tijd verloopt borstvoeding geven gewoon veel vlotter. Het is dus effectief volhouden en die moeilijkere beginperiode trotseren. Ik heb er eigenlijk nooit aan gedacht om er mee te stoppen. Ik dacht steeds dat het wel zou beteren en dat deed het ook. Na enige tijd vond ik het heerlijk om mijn kind borstvoeding te geven.

Nog een voordeel: het is gemakkelijk. Je hoeft niet steeds flesjes mee te nemen als je uit gaat met je baby. Je legt hem gewoon aan als hij honger heeft. Je moedermelk is steeds op de juiste temperatuur en altijd voorhanden. Je moet je even over de drempel begeven om in het openbaar borstvoeding te geven. Ook iets wat in het begin wat zoeken is, omdat het aanleggen misschien nog niet zo vlot verloopt. Ik deed het zo discreet mogelijk. Als je je wat ongemakkelijk voelt, kan je eventueel een tetradoek of een lichte sjaal over je schouder hangen. Als er mensen aanstoot aan gaven, was dat hun probleem en moesten ze maar ergens anders gaan zitten. Ik heb eigenlijk nooit negatieve reacties gekregen. Soms wel wat vreemde of gegeneerde blikken, maar dat trok ik me dus niet aan. Eén keer was ik echter even gechoqueerd door een verhaal dat iemand vertelde terwijl ik mijn zoon aan het zogen was. Hij vertelde over een vrouw, die haar baby borstvoeding gaf, terwijl ze aan het wachten was in de garage waar haar auto werd hersteld. Hij vond het ongehoord van die vrouw om dit te doen in een garage waar allemaal mannen aanwezig waren. En dan? Mannen of geen mannen: borstvoeding geven is toch niet seksueel getint. Het is iets heel natuurlijk. Maar dat was uiteindelijk ook weer een mening over borstvoeding. Ik heb het over me heen laten gaan en heb rustig verder genoten van mijn zoon, die zo heerlijk dicht bij me was terwijl hij van mijn speciaal voor hem op maat gemaakte moedermelk dronk…

Je wist waar je aan begon…

naamloos (3)

“Je wist waar je aan begon” is de titel van een boek over nieuwsamengestelde gezinnen geschreven door Anja Pairoux. Volgens de schrijfster is de titel van haar boek de reactie die ze vaak krijgt als ze het over haar eigen nieuw samengestelde gezin heeft. Ik heb deze reactie zelf nog niet gehoord. Maar het feit dat je weet waar je aan begint als het over een nieuwsamengesteld gezin gaat, is allerminst waar.

Anja Pairoux schrijft heel open over haar ervaringen als plusmama. Tijdens het lezen voelde ik me er soms zelfs wat ongemakkelijk bij. Ik vroeg me af waarom dit voor mij zo aanvoelde. Ik denk dat ik de situaties, die ze in het boek beschrijft, herken, maar dat ik hierover niet zo open durf te zijn als zij. Ik zal ook niet snel zelf vertellen dat we een samengesteld gezin vormen, als mensen er niet expliciet naar vragen. Ik laat hen liever in de waan: we kunnen evengoed een traditioneel gezin vormen. Het lief daarentegen is daar wel heel open over. Bij mij heerst er nog altijd een beetje een schaamtegevoel. Schaamte over het feit dat het me niet gelukt is om de kinderen in een ‘gewoon’ gezin te laten opgroeien.

Een nieuwsamengesteld gezin brengt vanalles en nog wat met zich mee. Het is niet altijd even gemakkelijk. Eigenlijk is het vaak verdomd moeilijk. Je staat als nieuw ouderpaar samen in voor de zorg en de opvoeding van de kinderen. Onze kinderen zijn nog jong, maar er zijn toch al wat regeltjes en gewoonten, die ze zich eigen gemaakt hebben tijdens hun eerste levensjaren. Deze regels en gewoonten komen uiteraard niet altijd overeen. Het is vaak schipperen en compromissen zoeken. En die zijn er niet altijd. Dan moet één van beide partijen toegeven en water bij zijn wijn doen.

Daarenboven moet je ook nog eens rekening houden met hoe het er bij de andere ouderparen aan toe gaat. Er zijn langs beide kanten nieuwe partners. Ik maak als mama van mijn kinderen afspraken met hun papa. Langs de andere kant worden ook dergelijke afspraken gemaakt. Die afspraken moeten dan ook nog eens matchen met de afspraken , die gemaakt zijn binnen de andere nieuwe gezinnen. Ingewikkeld boeltje, nietwaar?

Gelukkig komen we allemaal wel overeen. Het kan bijvoorbeeld om samen naar sportwedstrijden of -trainingen te gaan kijken of samen verjaardagsfeestjes voor de kinderen te organiseren. Daarbij wordt er heel gewoon gedaan, kunnen we allemaal tegen elkaar praten en hoeven we elkaar niet te negeren. Daar ben ik zo ongelooflijk blij om.

Je hebt tenslotte samen kinderen en moet je verantwoordelijkheid daarvoor opnemen. Gelukkig kunnen we dit als volwassen mensen. Als ik zie hoe het er bij sommige ex-partners met kinderen aan toe gaat, dan ben ik vaak verontwaardigd. Ze zetten bijvoorbeeld de kinderen voor de deur af en vertrekken onmiddellijk weer, om maar geen woord of blik te moeten wisselen met hun ex-partners. Dat is toch gewoonweg niet te geloven. Als je samen kinderen hebt, ben je hoe dan ook nog verbonden met elkaar. Of je dat nu wil of niet. Je moet toch samen beslissingen maken over de verdere opvoeding van de kinderen, over wat er in de kinderen omgaat, wat ze doen, wat ze zeggen,… Dit beetje fatsoen ben je je kinderen toch verschuldigd.

Ik probeer stilletjes aan het plaatje in mijn hoofd, dat niet meer klopt, los te laten…

Dilemma: Kinderen of geen kinderen?

hrm-prioriteiten-hr

Ik wil even wat verder uitweiden over een post die onlangs verscheen op ‘Gerhilde maakt’. Ze schreef hierin over de bewuste keuze van haar en haar partner om niet voor kinderen te kiezen.

De post van Gerhilde herinnerde me aan een gesprek met een aantal vriendinnen. Een paar van die vriendinnen zijn in deze fase van hun leven hun hoofd aan het breken over het feit of ze al dan niet kinderen willen. Ze hebben allebei pas verbouwd of gebouwd en zijn al verschillende jaren samen met hun partner. Bovendien zijn ze net als ik al ‘thirty-somethingers’ (meerbepaald 34).

Een andere vriendin en ik zijn de enigen van het groepje, die al kinderen hebben. Wij zijn dus de ‘ervaringsdeskundigen’ op het vlak van kinderen. De andere vriendin probeerde het hebben van kinderen te ‘romantiseren’ om de twijfelende vriendinnen te overtuigen. Je moet volgens haar toch helemaal niet zo veel opgeven als je kinderen hebt. Er zijn toch altijd grootouders en babysitters. Niks van, je leven verandert compleet. Tuurlijk kan je nog wel eens de deur uit en staan er altijd enthousiastelingen (vooral de grootouders) klaar, die maar al te graag babysitten op die kleine koters. Maar vaak ben je al gewoon te moe om je ’s avonds nog buitenshuis te begeven of voel je je schuldig naar de kinderen toe. Begrijp me niet verkeerd, ik vind niet dat je moet thuisblijven omdat je kinderen hebt. Het is gewoon zo dat het minder frequent gebeurt en het niet meer onverwacht kan. Berichtjes als “Vanavond iets drinken?” komen meestal van kinderloze vriendinnen.

Ik herhaal in zulke gesprekken het zinnetje “Je weet pas wat het is om kinderen te hebben als je er zelf hebt” een paar keer. Ik wil mijn twijfelende vriendinnen hiermee niet afraden om voor kinderen te kiezen, helemaal niet. Ik wil hen er wel van bewust maken dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is, maar soms ook veel kommer en kwel.

Nu klinkt het alsof ik spijt heb van mijn kinderen. Dat is dus absoluut niet het geval.  Ik zou honderdduizend keer opnieuw voor kinderen kiezen, zelfs na alles wat ik nu weet. Ik zou al de geleden kommer en kwel er zo opnieuw bij nemen (en ik vrees dat het ergste nog moet komen). Ik zou alles opnieuw doorstaan: pijnlijke bevallingen, slapeloze nachten, op hol geslagen hormonen na de bevalling, huilbuien, betweterij en tegenspraak nu ze wat groter zijn, onmacht, schuldgevoelens,… Ik wel! Ik was er dan ook altijd al zeker van dat ik kinderen wou en mijn mening daarover is nog steeds niet gewijzigd. Mijn kinderen zijn de grootste en meest fantastische verrijking van mijn leven. Ook al jagen ze mij regelmatig de gordijnen in. Ik heb al zo veel van hen geleerd en dan nog wel vooral over mezelf (terwijl je zou denken dat ouders hun kinderen iets moeten leren, niet?). Ze hebben me al ettelijke keren met mezelf geconfronteerd.

Maar wat als je twijfelt of je wel kinderen wil? Naar mijn mening moet je er gewoon zeker van zijn. Het is niet zoiets wat je gewoon even kan uitproberen. Mijn raad aan de twijfelaars zou zijn: “Doe het niet”. Ik denk dat er veel mensen zijn die het onderschatten. Ik heb het ook onderschat. Voor kinderen zorgen is topsport. Het vergt zo veel van je lijf, zowel fysiek als mentaal. Maar je doet het allemaal, voor je kinderen. Het is ongelooflijk wat je kan als je ouder wordt. Ik vraag me soms nog af hoe ik nog kon functioneren toen mijn oudste zoon pas geboren was. Hij was een hele slechte slaper. Als je voor de zoveelste keer die nacht gewekt wordt door een huilende baby, voel je de wanhoop wel eens dichterbij sluipen, tot je dat hoopje in je armen neemt en hij je dankbaar aankijkt.

Iedereen moet deze keuze zelf overwegen en hierover beslissingen maken samen met zijn/haar partner. Niemand anders mag hier een oordeel over vellen. Iemand noemde Gerhilde een egoïst omdat ze geen kinderen wil. Wat?? Komaan seg…

Oordeel

9df7a9d1d99b87d98bfa409d3cd76c47

Onlangs werd ik weer met de neus op de feiten geduwd. Hét oordeel blijft koppig volharden. Het leeft nog steeds, ook al leek het te zijn vervaagd. Dat was dus schijn.

Het oordeel viel zo’n drie jaar geleden. Velen mensen waren met stomheid geslagen. Ik zelf ook… achteraf gezien. In die periode leefde ik niet bepaald dicht bij mezelf. Hoewel ik ongetwijfeld de belangrijkste beslissing van mijn leven nam, sta ik daar nu achter, omdat ik ondertussen geleerd heb dat alles om een reden gebeurd. Na enige tijd sloegen de twijfels echter zwaar toe. Spijt is een enorm zware emotie om te dragen. Maar spijt komt dus ook vaak te laat. Dan is het een kwestie van er mee om te gaan.

Ik dacht dat ik een vangnet had. Het deed ergens wel zijn best, maar het voelde niet echt. De steun kan uit onverwachte hoek. Ik leerde dat niet alle relaties met mensen om je heen onvoorwaardelijk zijn. Alles gaat goed als iedereen zich in de kudde goed voelt en vooruit gaat, maar een gewond dier wordt al snel achter gelaten, want de rest van de kudde moet vooruit.

Er is ondertussen heel wat veranderd. De rust is min of meer terug gekeerd. Er zijn zeker nog lastige momenten en dan prikt het. Ik ben echter enorm blij dat de mensen, die er het meest bij betrokken waren, ook terug op hun pootjes terecht gekomen zijn. Ik heb mij zo enorm schuldig gevoeld en nog steeds. Zij verdienden het het allerminst om te worden gekwetst. Toch zijn zij het die op een bepaald ogenblik hun oordeel hebben laten varen om er het beste van te maken. Misschien kunnen zij (ooit) inzien waarom ik die beslissing heb genomen. Iedereen doet in ieder geval zijn best en daar ben ik ontzettend dankbaar voor.

De anderen, die hun oordeel nog steeds laten hoogtij vieren, kan ik zelf ook niet veroordelen voor deze keuze. Ik kan het alleen maar spijtig vinden en er om treuren. Ik kan niet zeggen dat ik het me niet aantrek, want dat doe ik wel. Ik ben er alleen nog niet uit of dat meer zegt over hen of over mij. Het feit dat ik me er nog steeds schuldig over voel, zal het ook wel voeden. Daar ben ik me van bewust. Maar dan nog vraag ik me af waarom sommige mensen het wel doen en anderen niet, dat oordeel blijven volhouden bedoel ik dan. Het zijn de mensen, die het minst van de hele context af weten, die hun eigen oordeel blijven vellen. Zij hebben er ook niet achter gevraagd en zwegen steeds angstvallig. De mensen, die het verhaal wel volledig kennen, hebben er met mij over gepraat, hebben mij gevraagd hoe het met me ging en hebben mij daardoor steun geboden. Het is dus belangrijk om te vragen hoe het met mensen in je omgeving gaat, zeker als je weet of merkt dat het wat minder gaat met iemand. Ook al denk je dat de persoon in kwestie er niet over wil praten. ik neem het mezelf in ieder geval voor om te doen.

Over verstrikking, ommekeer en transformatie

images

In een tijd die ooit was, nu voorgoed voorbij is, woonde een klein elfje met haar ouders en haar broertje in een klein elfendorp in het woud. Het elfendorp was idyllisch en volmaakt. Het kleine elfje vermaakte zich prima met haar elfenvriendinnetjes uit het elfendorp. ’s Ochtends gingen ze samen naar de elfenschool. Na school maakten de elfjes hun huiswerk en genoten ze thuis van een heerlijke maaltijd. Nadien zochten ze elkaar weer op. Ze speelden samen in het bos, verzorgden de diertjes die ook in het bos woonden en maakten – toen ze wat groter werden – samen uitstapjes naar het naburige elfendorp. Het kleine elfje voelde zich heerlijk geborgen en veilig in haar sprookjesachtige omgeving.

Toen ze opgroeide tot een elf, sloeg het kleine elfje haar vleugels uit en ging ze de wijde wereld met open armen en opengesperde mond tegemoet. Ze keek haar ogen uit. Alles rond haar was groot en groots. Plots voelde het elfje zich niet meer zo veilig en geborgen. Ze miste haar vertrouwde, warme nest. Ze werd weer een heel klein elfje. Ze vond troost bij vertrouwde elfenvrienden, die net als haar de wijde wereld waren ingetrokken. Stilaan groeide het elfje en voelde zich opnieuw goed. Met oude, vertrouwde en nieuwe elfenvrienden slaagde ze erin om een nieuwe, heerlijke cocon op te bouwen. Het kleine elfje gedijde hier prima en groeide weer uit tot een mooie, vrolijke elf.

Het elfje had ervan geproefd en wilde meer. Enige tijd later werd haar wereld nog wijder. Het elfje moest als van oudsher op zoek gaan naar een plek voor zichzelf in deze alsmaar groter wordende wereld. Ook nu slaagde ze erin met vallen en opstaan. Het elfje groeide deze keer uit tot een vrouw met grote, sterke vleugels. Haar leven liep op wieltjes.

Op een dag verscheen er uit het niets een mooie fee aan het elfje. De fee vroeg of het elfje met haar mee ging. De fee was zo mooi en lief dat het elfje haar blindelings volgde. De fee had echter niet vermeld dat deze stap het leven van het elfje helemaal zou omgooien. Het elfje genoot zo van de aanwezigheid van de fee dat er niet tot haar door drong wat er rondom haar gebeurde. De fee was goed voor haar. Het elfje groeide… De fee zag dat het elfje haar niet meer nodig had en verdween, even snel en onverwacht als ze gekomen was, uit haar leven. Het elfje bleef wezenloos achter. Ze was weer helemaal alleen in die grote, boze wereld. Ze treurde om het heengaan van de fee. Ze werd zelfs boos op de fee. Hoe kon ze haar nu zomaar verlaten en haar aan haar lot overlaten? En dat alles nadat de fee het leven van het elfje compleet op zijn kop had gezet. De tijd vervloog… het elfje treurde en maakte zichzelf zo klein als ze kon. Toch groeide bij het elfje het besef stilaan dat de fee haar een aantal belangrijke lessen had geleerd. Eigenlijk wist het elfje perfect wat ze moest doen om gelukkig te zijn. Ze moest het enkel doen. Dat kon alleen zij zelf. Het elfje begon weer langzaamaan te groeien…

Mindfulness voor elke dag #3

6ac44227b914a614ffce8e2d18e935df

Het is nog eens tijd voor een beetje mindfulness voor elke dag!

De Braziliaanse schrijver, Paulo Coelho, is de koning van de mooie oneliners en quotes. Coelho is een heel inspirerende schrijver en man. Zijn meest bekende boek “De Alchemist” is een prachtig boek. Het verhaal gaat over een herdersjongen die op zoek gaat naar zijn lotsbestemming. Dit boek heeft voor vele mensen een bijzondere betekenis gehad in hun leven..

De bovenstaande quote komt uit het boek “De Vijfde Berg”. Het is een roman over het onvermijdelijke, maar ook over doorzettingsvermogen en hoop. De quote staat voor mij als een paal boven water. Als er iets is wat ik de afgelopen jaren heb geleerd, dan is het wel dat alles om een reden gebeurt. Je kan je op het moment zelf afvragen waarom je iets overkomt en er tegen beginnen vechten. Maar dan zal hetgeen waar je in je leven tegen aan loopt, zich steeds opnieuw herhalen totdat je je les, die je erdoor hoort te leren, geleerd hebt. De kunst is om te weten welke les je precies moet leren uit de miserie, die je op je weg tegen komt. Maar in eerste instantie moet je erdoor, door hetgeen waar je voor staat, wat je overkomt. Je moet proberen je gevoelens te omarmen en deze echt te beleven, ook de ‘slechte’ en ‘onaangename’. Maar ik weet het… dit is makkelijker gezegd dan gedaan.

Yoga

image

Vanochtend maakte ik voor het eerst kennis met yoga. Ik was al lang van plan om het eens uit te proberen, maar het was er nog steeds niet van gekomen. Vandaag ging ik dus eindelijk met een vriendin, die het al een tijdje doet en er heel enthousiast over is, mee naar de yogales.

Om 09:00 uur deze zondagochtend stonden we op de mat. De lesgeefster raadde mij als beginner aan om zoveel mogelijk mee te doen, even rust te nemen als het nodig was en om vooral te blijven ademen. Ok, dat moest lukken. Daar gingen we dan, voor anderhalf uut lang. We begonnen met onze ademhaling in een rustig en diep ritme te krijgen. Daarna begonnen we aan de yogaseries. Het ging blijkbaar om Ashtanga yoga. Deze bestaat dus uit yogaseries, die op hun beurt bestaan uit opeenvolgende yogahoudingen of asana’s. De meest bekende yogaserie is de Zonnegroet. Deze hebben we meermaals uitgevoerd. De verschillende termen zeiden mij nog niet veel, maar dat zal nog wel komen. Ik weet al dat er staande, zittende en liggende houdingen zijn.

Voor ik het wist was het anderhalf uur verder. De tijd was echt om gevlogen. Ik stond nat in het zweet. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat het zo pittig ging zijn. Ik voelde wel meteen dat het deugd had gedaan en dat dit niet de laatste keer was dat ik yoga deed. Ik voelde de energie stromen (en dat op een zondagochtend). Ik had zin om actieve dingen te doen en om mijn lichaam, dat ik zo hard had voelen werken, te verzorgen, zowel inwendig als uitwendig. Ik kreeg met andere woorden zin in gezond voedsel, een heerlijke douche en zachte, natuurlijke, huidverzorging. Dat had mijn lichaam nu wel verdiend. Ik denk wel dat ik morgen spierpijn ga hebben. Er hebben spieren gewerkt, die anders niet vaak worden ingezet. Volgens mijn vriendin betert dat naarmate je meer aan yoga doet. Yoga is eigenlijk pure krachttraining.

Ja, het was dus een echte aanrader. Ik ga volgende keer weer mee!