Downsizing versus maximizing

 

Amai, ik heb mijn blog echt verwaarloosd de laatste maanden. Het leven heeft me wat bezig gehouden, zeg maar. Er zijn wat veranderingen ingetreden. Hoog tijd om ook mijn blog nieuw leven in te blazen!

Een nieuwe post (Eindelijk… ), een nieuwe tegenstelling: Downsizing versus maximizing. Mijn vorige post hield ook al een tegenstelling in. Wil dat zeggen dat ik into tegenstellingen ben? Wel ja, dat is eigenlijk wel zo. En ook hier is het weer belangrijk om een balans te zoeken.

Er doen zich momenteel duidelijk twee bewegingen voor. Langs de ene kant moet ik – zowel letterlijk als figuurlijk – gaan downsizen of verkleinen: kleiner leven. Aan de andere kant is er de vergroot-je-leven-beweging: maximizing. Deze beweging ontplooit zich eerder figuurlijk. Het is voor mij leven naar mijn gevoel, intuïtiever keuzes maken, uit mijn denken en in mijn voelen gaan. Dit gaat erg met ups en downs. Als je denkt dat je het beet hebt, zet je de volgende dag weer twee stappen achteruit. Over vallen en opstaan gesproken dus. Het is niet altijd gemakkelijk. Maar je moet je voor ogen houden dat een slecht gevoel ook voorbij gaat. Het ruimt vroeg of laat plaats voor een up. In een down kan het alleen maar beter worden. The only way is up! Mijn oudste zoon zei het onlangs nog in zijn woorden: “Iets wat omhoog gaat, moet toch ook altijd naar beneden komen.”. Dat is dan het omgekeerde. Ik heb zijn stelling bevestigd. We moeten de minder goede momenten toelaten en doorvoelen. Je kan ze niet blijven wegduwen en negeren, want dan komen ze steeds terug in andere gedaanten. Uit deze downs leer je levenslessen van onschatbare waarden. Je moet ze alleen onder ogen durven komen. Vooruitgang en groei komen voort uit tegenspoed. Eigenlijk moeten we dankbaar zijn voor de kansen en lessen die we uit tegenslag kunnen halen. Maar op het moment zelf is het vaak moeilijk om dit voor ogen te houden en op deze manier positief te denken. Het is ook niet makkelijk om te zien welke de levensles is waar je op dat moment voor staat. Maar weet en onthoud dit: grijp je kans. Het wordt je hoe dan ook wel duidelijk.

Er zijn in beide bewegingen al kleine stapjes gezet, maar er is nog heel wat werk.

Afgelopen zondag stond er een lange wachtrij aan de kassa van de enige buurtwinkel, die op zondagvoormiddag open is. Ik hoorde een jongetje, in de rij, tegen zijn moeder zeggen “Stilstaan is ook vooruitgaan. Nietwaar, mama?”. Zijn moeder beaamde zijn wijze woorden. Stilstaan is inderdaad ook vooruitgaan. Misschien moeten we eerst stilstaan voor we weer vooruit kunnen gaan?

 

Draagkracht versus draaglast

acc0f28b47557f9d28e64e8960a873e6

 

Hoe weet je wanneer je draagkracht op is? Als de draaglast groter wordt dan de draagkracht? Maar sommige mensen kunnen nu eenmaal meer en langer een last dragen dan anderen. Als je lichaam bepaalde signalen uitzendt? Dan moet je die signalen wel nog opvangen en op de juiste manier interpreteren.

Draagkracht en draaglast dienen in balans te zijn. Zolang de eisen die aan je worden opgelegd of die je jezelf oplegt in evenwicht zijn met hetgeen je aankunt, is er geen probleem. Wanneer de balans echter naar één kant overhelt, is er van balans geen sprake meer en kan er wel een probleem ontstaan.

En toch… ik vraag me af hoe je weet wanneer het echt op is, dat het gedaan is met die draagkracht of dat de draaglast de draagkracht gewoon overwoekerd. Voel je dat? Geeft je lichaam een heel duidelijk signaal? Of blijf je gewoon doorgaan tot je lichaam het bij wijze van spreken begeeft. Volgens mij is een lichaam uitermate sterk en kan dit heel veel last aan. Maar wanneer moet je je lichaam respect betuigen door het te ontlasten of te stoppen of stil te staan? Bij welk exacte signaal?

Een sterke fundering zorgt ongetwijfeld voor een grotere draagkracht. Zo komen we terug bij de basis. Gezonde voeding bijvoorbeeld. Dit is zo belangrijk. Je lichaam voeden met goede grondstoffen maakt het sterker. Voldoende beweging en slaap dragen hier uiteraard ook aan bij. Een fysiek gezond lichaam is een sterk lichaam. Daarnaast is er ook nog de emotionele of geestelijke kant van het verhaal. Die kant heb je niet steeds zelf in de hand. Onverwachte tegenslagen kunnen stevig inbeuken op je draagkracht.

We kunnen onze constructie in de meeste gevallen wel herstellen als deze beschadigd is geraakt. Dit vraagt echter tijd, moeite, moed en hulp van anderen. Maar ook met een herstelde fundering kunnen we verder en kunnen we zijn wie we willen zijn. We bouwen dan verder op deze vernieuwde basis. Draagkracht betekent immers ook verdriet en pijn toelaten en ons daar aan overgeven. Want deze zijn er nu eenmaal en deze moeten we ook doorvoelen. Zolang we ze blijven wegduwen, zullen ze terugkeren. Ook met gelijmde scheuren in onze basis kunnen we verder en kunnen we zelf ook onze draagkracht weer herstellen om ons te beschermen tegen de komende draaglast…

 

 

 

 

Healthy snickers

 

image

Het werd nog eens dringend tijd om een recept te posten. En eerlijk gezegd, het is een topreceptje. Simpel en lekker. Zondigen mag af en toe ook wel eens. Je neemt in ieder geval beter deze snickers in plaats van een echte!

INGREDIENTEN

Voor een vier- à vijftal repen zoals op de foto hierboven:

  • 40 gr chocolade (min 70 % cacao)
  • 160 gr dadels (zonder pit)
  • 15 cashewnoten
  • 15 hazelnoten
  • 15 walnoten
  • kokosolie
  • 2 tl kaneel of vanille
  • 70 ml water
  • een snuifje zout

BEREIDING

Begin met de onderste laag, de crunch. Meng de noten, de helft van de dadels en 3 theelepels kokosolie onder elkaar. Je kan dit mengsel in een blender fijn hakken of iets grover laten en het mes erdoor halen. Ik koos voor een iets grovere structuur. Het geheel dient wat aan elkaar te plakken. Als het te korrelig blijft, voeg dan wat extra dadels toe. Doe het mengsel in een bakvorm of een doos (ik gebruikte een lege ijsdoos van 1l). Je kiest zelf hoe dik je de onderste laag wil maken. Voor een dikke laag, gebruik je een kleinere bakvorm. Zet dit ongeveer 20 minuten in de diepvriezer.

Voor de karamellaag blender of mix je de andere helft van de dadels, 70 ml water, 1 theelepel kokosolie, 2 theelepels  kaneel of vanille (of één van elk) en een snuifje zout tot een gladde massa. Smeer deze laag over de laag crunch heen en zet dit weer ongeveer 90 minuten in de vriezer, tot de laag hard is.

De bovenste laag is de chocoladelaag. Smelt hiervoor 40 gr zwarte chocolade, 1,5 eetlepel cacaopoeder en 1,5 eetlepel kokosolie au bain marie. Deze laag komt bovenop de karamellaag. Zet de bakvorm nogmaals een twintig- à dertigtal minuten in de vriezer. Ook deze laag wordt hard.

Je kan deze snack ook best bewaren in de vriezer. De chocolade smelt namelijk. Als je een stuk wil, kan je dit gemakkelijk afsnijden.

Het smaakt heerlijk als snoepje bij een tasje koffie.

Geniet ervan!

 

 

Het geboorteverhaal van mijn jongste zoon

39810_414401272980_5006487_n[1]

Het is vandaag de dag van de vroedvrouw. En oh wat verdienen deze mensen een eigen dag waarop zij in de belangstelling staan. Ik ben zo blij dat ik mij heb laten begeleiden door mijn zelfgekozen vroedvrouwen. Voor mij betekent dit het ideale moment om het geboorteverhaal van mijn jongste zoon hier neer te schrijven. Voor Patty…

Net zoals bij mijn oudste zoon ben ik de tweede maal thuis bevallen. Op 14 augustus 2010 ’s ochtends begon ik me wat ongemakkelijk te voelen. De uitgerekende datum was alweer ruimschoots voorbij gegleden. De vroedvrouw kwam die ochtend sowieso langs. Dat kwam goed uit. Ze bevestigde dat er iets aan de gang was. Er was al opening. Verder rustig afwachten dus. Het was een warme dag. We gingen na de middag nog samen een ijsje eten. Ik ving ondertussen zonder verpinken weeën op.

Terug thuis gekomen ging het er al wat heviger aan toe, maar ik kon het nog allemaal goed opvangen. We besloten om de oudste naar oma en opa te brengen. Hij was, toen anderhalf jaar, nog wat te jong om een bevalling mee te maken, vonden we. De papa bracht hem dus naar de grootouders. Ik bleef thuis, want een autoritje zag ik toch niet meer zitten. Ze waren nog maar net weg, of de weeën sloegen in alle hevigheid toe. Maar bon, ik vergeleek deze pijn met mijn eerste bevalling en wist dat het dan nog wel een tijdje duurde. Ik bleef geduldig weeën opvangen.

Toen de papa eindelijk terug thuis was, vond hij het toch allemaal te hevig gaan en belde hij de vroedvrouw. Ze raadde hem aan om mij al naar boven, naar de badkamer te helpen en me in bad te zetten. We hadden het met haar voordien al gehad over een onderwaterbevalling. De baby zou dus in ons bad geboren worden. De vroedvrouw kwam onze richting op. Ze moest wel een eindje rijden. We waren ondertussen –  sinds de eerste bevalling – verhuisd. Eigenlijk woonden we buiten haar werkingsgebied, maar ze wilde toch graag ook deze zwangerschap en bevalling begeleiden. Wat was ik haar daar dankbaar voor.

Enige tijd later kwam de vroedvrouw dus toe. De papa ging beneden de deur openen. Ik hoorde haar de trap op komen spurten terwijl ze riep ‘Ze heeft al persweeën!’. Ze hoorde dit aan mijn kreten. Ze gaf de papa enkele instructies en kwam naast het bad zitten. Ze lachtte. ‘Heb je je haar nog gewassen?’, vroeg ze. Er dreef schuim op het water. Ik had tussen twee weeën door inderdaad snel mijn haar gewassen. Ik wist dat ik de komende dagen daar amper toe zou komen. Maar schuim en onderwaterbevallingen gaan niet samen. De vroedvrouw liet helder water in het bad lopen. Ze zette de doptone op mijn buik om naar de hartslag van de baby te luisteren en onderzocht me. De ontsluiting was volledig. Weldra moest ik inderdaad beginnen persen. Weer wat weeën later, besloot Patty om mij toch uit het bad te halen. De hartslag van de baby vertraagde te erg. Door mijn liggende positie in bad, kwam er te veel druk op hem. Patty en de papa haalden me uit bad. Dit moet niet eenvoudig geweest zijn. Ze hielpen me op de baarkruk. De papa nam, zoals de eerste keer, achter me plaats ter ondersteuning bij het persen. Patty zat voor me op haar knieën. Door deze verticale positie had de baby weer wat meer ruimte. De positie waarin de meeste vrouwen in het ziekenhuis bevallen – liggende op hun rug – is eigenlijk heel onnatuurlijk. Zwaartekracht helpt de baby om verder in te dalen. Dit is vooral gemakkelijk voor de gynaecoloog. Ik heb nog nooit een gynaecoloog voor een bevallende vrouw op zijn of haar knieën weten zitten.

Na een paar keer persen, werd onze jongste zoon geboren. Patty gaf hem aan mij. Nog high van de natuurlijk aangemaakte hormonen, reageerde ik heel even wat overstuur. De baby hing heel slap in mijn armen en bewoog niet. In een reactie schudde ik bijna met hem. Patty stelde me gerust. De baby was in orde. Hij kreeg nog zuurstof via de navelstreng. Van de baarkruk hielpen Patty en de papa me met baby, navelstreng en al naar het bed in onze slaapkamer naast de badkamer. Daar werden we allebei – kersverse baby en mama – verzorgd terwijl we van elkaar genoten.

Wat ging dit allemaal snel. Drie kwartier na de aankomst van Patty werd onze jongste zoon al geboren. Heel lief maar vastberaden zei ze dat we eigenlijk vroeger hadden moeten bellen. Er was geen tijd meer geweest om de tweede vroedvrouw te bellen voor de eigenlijke bevalling. Patty heeft deze bevalling alleen begeleid. Een tweede bevalling gaat dus duidelijk sneller dan een eerste. Ik kon er weer niet van over: een volmaakt mannetje lag in mijn armen. Patty liet ons die avond met z’n allen in bed achter en zou de volgende ochtend terug komen om te zien hoe het ging. Ik kon de hele nacht mijn ogen weer niet van dit kleine wondertje afhouden…

 

 

Voor Erwin

Onze vriendin haar vader, over wie ik het in mijn vorig stuk al had, is ondertussen overleden. Het was zo onwezenlijk. Op de begrafenis lazen een vriendin en ik een tekst voor, die we zelf schreven. Deze tekst zegt alles over de persoon die Erwin was en hoe erg hij zal gemist worden…

“Dag Erwin,

Als goede vrienden van Kirsten kennen we jou als een attente, wijze en rechtvaardige man, een harde werker, een doorzetter en een stille genieter.

We kennen jou als een gastvrij iemand. Iedereen was altijd welkom voor een wijntje, een glaasje schuimwijn, een etentje. Hoe vaak heb je ook voor onze vriendenkring wel niet gekookt, hoe vaak hebben wij wel niet mogen smullen van al dat lekkers dat jij op de tafel toverde. Kirsten haar verjaardagsfeestjes waren steeds een waar genot. We keken er altijd erg naar uit. En na uren zwoegen in de keuken, zette jij je samen met Liliane bij ons aan tafel, met een goed glas wijn. Nagenietend. Mee babbelen, discussiëren, lachen. En na wat wijntjes ging steevast de stereo luider. We hebben nog goed gelachen samen tijdens ons laatste bezoekje bij jou in het ziekenhuis, je zei dat we, eens je thuis was, zeker nog eens moesten langskomen voor een bezoekje en een glaasje wijn. We gaan je gastvrijheid missen.

We kennen je als een zorgzame vader. Steeds voor Kirsten in de weer. Maar ook voor ons heb je erg veel gedaan. Ons ontelbare keren midden in de nacht van een fuif, ton of avondje uit in Hasselt komen halen. Die zeldzame keer als je eens protesteerde om ons ’s nachts nog van de ene naar de andere party te brengen, kon je onze smeekbede op onze knieën voor je auto niet weerstaan. Je stond ook altijd klaar om pintjes te tappen op de feestjes die we gaven. Ik herinner mij dat ik enige tijd geleden ‘s avonds bij jullie thuis toekwam, je opving dat ik nog niets gegeten had en je stiekem zonder woorden de keuken indook om voor mij tomaat-garnaal met frietjes te maken. En dan was je nog bescheiden, want het was máár tomaat-garnaal. Heel zorgzaam en attent.

Ik herinner mij dat ik in de lagere school bij jullie thuis mocht blijven slapen omdat mijn ouders op reis waren en je mij een tekening liet maken die je, als verrassing, zou doorfaxen naar het hotel waar mijn ouders verbleven. En hoe vaak ben je wel niet achter je pc gedoken om voor onze vriendengroep vakanties op te zoeken, weekendjes, uitstapjes of om voor ons een mooie uitnodiging te maken als we met de groep een feestje wilden geven. Je stond voor ons klaar. We gaan je behulpzaamheid missen.

We kennen je als een liefdevol persoon. Jij hebt heel veel betekend voor Kirsten. Ze ziet je heel erg graag. En wij hebben altijd geweten en gevoeld dat dit wederzijds was. Jouw blik als je naar Kirsten keek of over haar praatte, sprak steeds boekdelen. Zij was je oogappel. Je was een trotse en fiere vader. Je hebt haar ook erg veel geleerd, steeds op je eigen manier. Toen je Kirsten leerde autorijden bijvoorbeeld, nam je haar meteen mee naar de Ardennen. “Want als je in de Ardennen kan autorijden, kon je dit overal.” Maar, ook Liliane zag je doodgraag. Hoe vaak hebben we jou wel niet “vrouwke” horen zeggen, en jullie liefdevol gestichel onderling was vaak grappig om naar te kijken. We gaan de blik in je ogen als je naar je twee vrouwen keek, missen.

We kennen je als een gepassioneerd iemand. En koken was je passie. Dit werd een gedeelde passie met Kirsten. Hoeveel uren hebben jullie wel niet samen in de keuken doorgebracht? Eerst samen aan het menu sleutelen, recepten uitwerken, samen met twee grote bomvolle karren inkopen doen, tot in de vroege uurtjes samen desserten maken, bouillon trekken… Alles moest steeds perfect zijn voor jouw gasten. Zelfs toen wij met z’n allen een bbq organiseerden om onze ouders te bedanken voor het werk op ons 30jarige feestje, zocht jij voor ons het beste vlees uit.  Onlangs in februari vertelde je ons nog fier over de thermomix die je gekocht had, alles om nog beter je gasten te verwennen.  Anderen gelukkig maken, maakte jou ook gelukkig.

Je had graag veel volk rond je. Ook tijdens de laatste moeilijke weken was je blij met elk bezoek dat je kreeg. Dat hebben ook wij gevoeld toen we je in het ziekenhuis kwamen bezoeken. Je zei dat je graag naar Katrien haar nieuwe keuken wilde gaan kijken. Je wilde graag terug naar huis, zei vastberaden dat je ging grommelen tegen de verpleegsters en dokters dat ze je naar huis moesten laten gaan. We hebben nog samen om je gegrommel gelachen.

Je hebt het heel goed gedaan voor je vrouw en dochter, Erwin. Wij zullen nu een deeltje van je taak overnemen, en goed voor Kirsten zorgen. Je mag gerust zijn.

Onze vriendengroep is een vader kwijt. We gaan je missen.

Het ga je goed hierboven en tot ziens.”

Best friends forever

naamloos2

Ik heb een vaste vriendinnengroep. We kennen elkaar al 18 jaar (!). Sommigen kennen elkaar zelfs al langer. Momenteel bestaat onze groep uit vijf vrouwen: allemaal van dezelfde leeftijd, met verschillende karakters, met en zonder kinderen en met en zonder partner. Ik schrijf ‘momenteel’, want deze samenstelling is doorheen de jaren veranderd.

We leerden elkaar kennen op de middelbare school. We waren klasgenoten. Door de jaren heen zijn we andere meiden uit het oog verloren. Niet helemaal, we zien elkaar nog wel af en toe en kletsen dan bij. We zijn nog van elkaars leven op de hoogte, maar het contact is niet meer zo intens. En zoals het binnen een groep vrouwen altijd gaat, zijn er verschillende ruzies en onderhuidse spanningen gepasseerd. Er vormden zich kliekjes binnen de groep en er werd over elkaar, met elkaar geroddeld. Best vermoeiend zo’n groep vrouwen, vind ik. Je moet mij nooit op een eiland zetten met alleen maar vrouwen, hoor. Dat is binnen de kortste keren toch steeds koekenbak.

We hebben dus al vele watertjes doorzwommen en toch kunnen we niet zonder elkaar. in echte moeilijke tijden zijn we elkaars steun en toeverlaat. Ik heb wel geleerd dat ik me daar voor moet openstellen. Ik had tot voor enkele jaren geleden nog niets meegemaakt dat zo’n grote impact op mijn eigen leven had. Ik had dit wel al gezien bij vriendinnen en heb dan steun proberen te bieden. Maar ik had het zelf nog niet meegemaakt om aan de andere kant te staan – buiten bij het overlijden van grootouders of mijn hond, maar dan was de steun van mijn vriendinnen er sowieso want het verlies was duidelijk aanwezig.

Verbinding op een dieper niveau kan je pas voelen als je je kwetsbaar opstelt ten opzichte van elkaar. Daar zijn wij als vriendinnen vaak te voorzichtig mee om gegaan. “Waarom eigenlijk?”, vraag ik me dan af. Ik denk uit angst en schaamte. Angst om elkaar te kwetsen, om afkeuring te voelen of om te heftige emoties uit te lokken zonder te weten hoe erop te reageren. Schaamte om toe te geven dat je spijt hebt van iets, dat het niet goed met je gaat of dat je iets doet wat niet strookt met hun verwachtingen.

Mensen zijn kuddedieren. Een gewond dier wordt door zijn kudde achtergelaten. Uit noodzaak, want de kudde moet verder, anders zijn ook zij in gevaar. Deze angst zit er ook bij de mens instinctief ingebakken. Ik heb er op een bepaald moment aan gedacht om zelf de kudde te verlaten. Mijn vriendinnen hadden het erg moeilijk met een beslissing, die ik in mijn eigen leven had genomen. Strijdlustig als ik toen was, vond ik dat ze mijn kant moesten kiezen en achter mijn beslissing moesten staan, als ze echte vriendinnen waren. Ik reageerde duidelijk vanuit mijn eigen gekwetsheid. Maar ik verwachtte wel erg veel van hen. Hoe konden zij ineens achter mijn beslissing staan? Ze waren nog in shock, ze hadden het totaal niet zien aankomen en hapten nog naar lucht door de keiharde smak waarmee ze op de grond waren gevallen. Ik had hen helemaal niets, nada, niente, niks verteld van wat er gaande was. Bovendien veranderde mijn beslissing ook hun leven. Zij stonden opeens tussen twee vuren en ik verwachtte van hen om partij te kiezen? Komaan he seg! Ik ben zo bij dat ik heb niet heb laten verder gaan zonder mij.

Onlangs waren we samen gekomen bij één van ons thuis. Een ander van ons haar papa was er namelijk slecht aan toe. Haar hoofd stond er niet naar om op café te gaan, wat oorspronkelijk de bedoeling was. Ze wou er wel even uit, maar niet in de drukte. Het werd een bijzondere avond. Er werd gelachen en gehuild. Iedereen legde voluit zijn (of eigenlijk haar) grieven op tafel. We hielden ons niet in deze keer. De emoties waren echt en puur. Het deed ons duidelijk deugd. We voelden de verbinding. De vriend van de vriendin des huizes kwam ook thuis. Hij zette zich bij ons aan tafel. Hij schrok duidelijk van al de emoties die die avond naar boven waren gekomen. Hij nam echter heel actief deel aan het gesprek en vervulde zelfs de rol van moderator. Hij vroeg aan elk van ons door over hetgeen waar we mee zaten. Hij was oprecht geïnteresseerd. Al grappend zei hij wel dat hij de volgende keer gewoon weer ‘pinten ging pakken’ met de mannen, dat was veel simpeler. Daar kan ik absoluut in komen. Als we allemaal samen zijn, mannen en vrouwen, gaat het er anders aan toe. Mannen gaan er luchtiger mee om, denk ik. Ze praten ook over hun grieven, maar op een andere manier. Met een schouderklopje en een pintje. Veel simpeler en minder zwaar. Ik heb het gevoel dat we sinds die avond weer dichter bij elkaar staan.

Love you, girls!

Mijn grootste vijand…

naamloos1

Ik kan vol overtuiging stellen dat ‘de tijd’ mijn grootste vijand is. Ik heb deze al ontelbare keren vervloekt, de huid vol gescholden en naar de verste planeet in ons zonnestelsel verwenst. Ik kan er echt niet mee om!

Er wordt zelfs wetenschappelijk onderzoek verricht naar het fenomeen ‘te laat komen’. Het overkomt iedereen wel eens, iedereen is wel eens af en toe te laat. Maar er bestaan dus ook chronische telaatkomers. Echt waar! Ik kan het weten: ik behoor tot die groep van mensen. Blijkbaar zit het voor een groot deel in je persoonlijkheid.

Telaatkomers delen dus een bepaald persoonlijkheidstype. Het blijkt om meer ontspannen mensen te gaan. Anders dan onrustige, prestatiegerichte personen hebben telaatkomers een verschillend tijdsbesef. Ze schatten de duur van een minuut langer in dan de prestatiegerichte mensen. Daar komt nog eens bij dat ze niet goed kunnen inschatten hoeveel tijd ze nodig hebben om een bepaalde taak uit te voeren. Nog een andere oorzaak van te laat komen is dat laatkomers multitaskers zijn. Multitasken zou de mate van – om het met een moeilijk woord te noemen – metacognitie, of het bewustzijn van je eigen handelen, belemmeren.

Het is zo verschrikkelijk vermoeiend en frustrerend. Ik vrees dat dit niet alleen voor mij het geval is, maar ook voor mijn omgeving. Ik laat anderen vaak –  ongewild – wachten. Te laat komen is zowat mijn handelsmerk geworden. Als je aan vrienden en familie zou vragen om mij te omschrijven, gaan ze deze tekortkoming zeker noemen. Ik jaag mijn kinderen ook te vaak af. Als we eindelijk in de auto zitten – nadat ik op hen heb geroepen dat ze moeten voortmaken –  op weg naar de voetbaltraining, de bmx training, een verjaardagsfeestje of waar we dan ook moeten zijn (die kotertjes hebben al een verdomd drukke agenda), vragen ze vaak ‘zijn we te laat?’ of ‘zijn ze al begonnen’?  Soms word ik zelfs tot wanhoop gedreven. Met tranen in de ogen moet ik dan even bekomen van het besef dat ik maar weer eens te laat ga komen. Ik ben dan zo kwaad op mezelf en beloof mezelf elke keer dat ik van nu af aan nooit meer te laat zal vertrekken. En toch laat ik me elke keer opnieuw vangen door de tijd. Het is vooral gevaarlijk als ik denk dat ik nog tijd genoeg heb. De volgende keer dat ik dan op de klok kijk, is al die tijd ineens bijna verstreken.

Nu is natuurlijk de vraag nu wat je daaraan kan doen. Ik kan zeggen dat er bij mij al vooruitgang is. Ik moet er wel moeite voor doen. Ik probeer nu zoveel mogelijk op voorhand te doen. Bijvoorbeeld: de avond voor de voetbalwedstrijden van de jongens, die meestal op zaterdag- of zondagochtend moeten gespeeld worden, leg ik al alles klaar. Ik zorg dat de tassen klaar staan en dat hun kleren die ze moeten aandoen klaar liggen. Dat zorgt bij ons al voor een hoop minder stress ’s ochtends. Want dan gebeurt het: waar zijn die scheenlappen in godsnaam gebleven? En als ik dan moet beginnen zoeken, gaat de hartslag samen met het stressniveau omhoog en loopt alles in het honderd. Taken opsplitsen in kleinere afzonderlijke stappen en minder plannen over meer tijd zijn dus voorzorgmaatregelen voor telaatkomers. Ook zou het moeten helpen als je je een taak visueel voorstelt vooraleer je ‘m effectief uitvoert. Je hebt hierdoor een realistischer beeld van de tijdsduur van de taak. En dat klopt wel.

Zijn er nog (chronische) telaatkomers in the house? Of leven jullie samen met irritante telaatkomers? Tips? Anyone?

 

“Bah, dat lust ik niet!”

 

12744732_10153565966132981_5257871757817238725_n

12688308_10153565970642981_2815423402953129278_n12715630_10153565969532981_6479292996181892463_n12733584_10153565968172981_4199152349003400627_n

12743987_10153565977527981_8320367476216467038_n

Kinderen en gezond eten… het is een hele uitdaging. Menig ouder heeft zich er wel al eens in geërgerd. Ken je het gevoel? Je hebt je best gedaan om een lekkere, gezonde maaltijd op tafel te zetten en het eerste wat die kleine ukkies zeggen is “Bah, dat lust ik niet!”. Jep, om compleet zot van te worden!

Dan probeer je als verantwoorde ouder dus op zoek te gaan naar kindvriendelijke gezonde recepten. Dat is niet gemakkelijk: het moet lekker, gezond en gevarieerd zijn. Want als ik aan de jongens vraag wat ze willen eten, is het antwoord altijd spaghetti of frietjes: niet echt gevarieerd dus. Dit zijn zowat de gevestigde waarden bij mijn kinderen:

  • Spaghetti
  • Wortelpatatjes met worst of vegetarische nuggets
  • Broccolipatatjes met vissticks
  • Balletjes in tomatensaus
  • Macaroni met kaassaus en hesp
  • Vol-au-vent met véél balletjes
  • Kip curry met rijst, ananas en perzikken

Ok, daar kom je al een eindje mee. Maar ik vind dat ze zo nu en dan toch ook eens iets anders mogen proeven. Zo leren ze nieuwe dingen kennen. Ze moeten op z’n minst een keer proeven. En blijkbaar moet je het hen een paar keer opnieuw laten proeven vooraleer ze de smaak pas echt leren kennen en kunnen appreciëren.

Dit zijn mijn zeven tips over kinderen en gezond eten:

  1. Ik probeer geleidelijk wat kleine veranderingen in de kinderen hun eetgewoonten aan te brengen. Zo eten we steeds havermoutpannenkoeken in plaats van gewone pannenkoeken. Het is maar een kleinigheidje, maar ondertussen hebben ze toch weer wat meer vezeltjes binnen.
  2. Wat betreft het beleg op deze pannenkoeken: dit blijft zoet. Siroop en suiker zijn de toppers. Ik koop wel biologische peren- en dadelsiroop. Ik leer hen nu ook de smaak van kokosbloesemsuiker kennen. Deze suiker is afkomstig van de nectar van biologische kokosbloesem. Het is volledig natuurlijk en ongeraffineerd. Bovendien is de productie ervan duurzaam. Het grootste voordeel is dat de van nature aanwezige suikers langzaam in de bloedbaan worden opgenomen, waardoor er geen sterke pieken in de bloedsuikerspiegel veroorzaakt worden en zodat je er langer energie kan uithalen. Bovendien smaakt deze suiker ook lekker. Het is van uitzicht een bruine suiker en smaakt wat naar karamel. Ik gebruik deze suiker ook om wafeltjes of cake voor de kinderen te maken.
  3. De kinderen eten meestal ook graag soep. Soep is al een gemakkelijkere manier om hen groentjes te laten eten. De groene soepen zijn thuis de favorieten, soep van groene groenten dus. De kinderen noemen deze soep ‘ketprotsoep’. Op kinderzender Ketnet werd er een keer slasoep gemaakt. We gebruikten het recept en de naam werd door de kinderen zelf gepersonaliseerd: ketprotsoep in plaats van ketnetsoep. De leeftijd zeker?! Alles is tegenwoordig prot, kak, scheet,… Bon, als het maar werkt! Als ze het ketprotsoep noemen en het dan ook nog willen eten: mij goed! Ik laat ook steeds een reepje gedroogde Kombu meekoken in de soep. Komwat?? Kombu is een Japans zeewier. Het bevat heel veel mineralen. De kinderen weten niet dat er zeewier in hun soep zit en ze proeven het ook niet.
  4. Voor in de zomer: zelfgemaakte ijslolly’s van vruchtensap.
  5. Fruitsla!  Ik las eens over een wetenschappelijk onderzoek dat aantoonde dat kinderen sneller voor fruit zullen kiezen als het in stuks gesneden is. Het is voor kinderen veel gemakkelijker om fruit te eten als het in stukjes gesneden is. Zeker als hun tandjes aan het wisselen zijn. En effectief: mijn jongens zijn er echt dol op. Ze eten hele komen fruitsla leeg. Ze helpen ook graag met het snijden van het fruit.
  6. Maak gekke gezichtjes waardoor groentjes en dergelijke aantrekkelijker worden voor kinderen… Dit vereist wel wat creativiteit of Pinterest! Het zorgt steeds voor lachende en verbaasde gezichtjes bij de jongens als ze aan tafel komen.
  7. En ten slotte: er bestaan ook snoepjes zonder suiker. Snoepjes die gezoet zijn met maïsstroop of diksap. Je vindt deze snoepjes in de biowinkel. Ook rozijntjes (of ander gedroogd fruit) als snoepjes kunnen de kinderen bekoren.

Homemade granola

 

wp-1453308004701.jpeg

Onder het motto “Do more of what makes you happy” maakte ik afgelopen weekend granola, meerbepaald havermout granola. Allen al de geur, die zich door het huis verspreidde, zorgde voor een instant ‘cosy feeling’.

Ik gebruikte het recept uit het kookboek van Havermoutje. Dit is echt een zalig kookboek. In alle gerechten – van ontbijt, lunch tot snacks en avondmalen – wordt havermout verwerkt. Je kunt het zo gek niet bedenken.

Mijn ontbijt bestaat bijna elke dag uit yoghurt met fruit en muesli of crunchy. Ik gebruikte meestal de crunchy gezoet met stevia van het Delhaize huismerk. Vanaf nu maak ik mijn eigen granola.

Het is heel simpel te maken. Nadat je het eiwit hebt los geklopt, de kokosolie hebt gesmolten en deze twee door elkaar hebt geroerd, meng je de andere ingrediënten – buiten het gedroogd fruit –  bij elkaar. Je voeg het eiwitmengsel en de honing of rijstsiroop er aan toe en spreid alles uit op een bakplaat bedekt met bakpapier. Laat dit ongeveer 30 à 40 minuten laten roosteren in de oven op 150 °C. Schep af en toe om en laat ten slotte de granola afkoelen voordat je er het gedroogd fruit aan toevoegt. Je kan de granola een hele tijd bewaren in een afgesloten glazen bokaal of blik.

Ingrediënten voor ongeveer 800 gr granola:

  • 250 gr havermout
  • 25 gr haverzemelen, geroosterd
  • 100 gr walnoten
  •  1 eiwit
  • 2 el kokosolie
  • 50 gr gedroogde kokosrasp
  • 215 gr gedroogde veenbessen of ander gedroogd fruit
  • 5 el rijststroop of honing
  • 1/2 el zout
  • 1tl kaneel

Smakelijk!

 

Een nieuw jaar, goede voornemens…

images (2)

Een nieuw jaar, goede voornemens… Naar het schijnt gaan deze twee hand in hand.

Ok dan, tijd voor goede voornemens. Eén van deze goede voornemens moét over deze blog gaan. Ik heb mijn blog de laatste tijd wat links laten liggen. Ja, ik heb hem zelfs verwaarloosd… De drukte, het gebrek aan tijd en energie, hersenspinsels,… namen me in beslag. En hoewel het schrijven me ontspanning en voldoening brengt, kwam het er niet van.

Naarstig op zoek naar ontspanning en rust, antwoordde een vertrouwenspersoon met ‘Ga op zoek naar hetgeen je energie geeft’. Wat geeft me energie, wanneer vergeet ik tijd en ruimte, wat kan me zo opslokken dat ik alles vergeet, waarvan beginnen mijn wangen te gloeien van opwinding? Of gewoonweg: waar wordt je blij van?

Wel, schrijven valt daar zeker onder. Voila, een goed voornemen! Dat belooft…

Oh ja, en wat bovenaan deze post staat, klopt zelfs niet: Maak er maar 366 van! Dit jaar hebben we dus niet alleen een extra dag, maar dus ook een extra kans…

Wordt vervolgd…